Kaartverkoop



CARMINA BURANA


Aanvang 20.00 uur

in R.O.C. Twente, locatie Almelo.

Wierdensestraat 65
7604 BB Almelo

Zaal open om 19.15 uur.

Vrije zit, inclusief programmaboekje en na afloop een drankje.

De Carmina Burana, waar Carl Orff in de 20ste eeuw de muziek bij heeft gecomponeerd, is van oorsprong een middeleeuws gedicht.

De teksten zijn een bloemlezing gemaakt uit een verzameling fragmenten van verschillende schrijvers.

De vindplaats van het boek Carmina Burana ligt in de abdij van Benediktbeuern waar zij ook haar naam aan ontleent.

Carmina Burana betekent letterlijk ‘liederen van Beuern’.

Het dorp Beuern (in Beieren) heet eigenlijk Benediktbeuern, naar het benedictijnenklooster waar tot 1803 monniken woonden.

De volledige Latijnse titel is:

Carmina Burana: Cantiones profanæ cantoribus et choris cantandæ comitantibus instrumentis atque imaginibus magicis.

Vertaald:

Carmina Burana: Wereldlijke liederen voor zangers en koren, te worden gezongen samen met de instrumenten en magische beelden.

Carmina Burana is een onderdeel van Trionfi (Triomf), een muzikaal drieluik met ook de veel minder bekende Catulli Carmina en Trionfo di Afrodite.

De gedichtencollectie

bestaat uit meer dan 200 gedichten en liederen over heel uiteenlopende onderwerpen.

De tekstenten drijven vaak de spot met de rooms-katholieke kerk en zijn in een onmiskenbaar gedenigreerd kerklatijn geschreven.

De priesters in deze middeleeuwse periode waren vaak van eenvoudige afkomst, hadden meer oog voor vrouwelijk schoon en drank, en deden geen moeite om correct Latijn te spreken. Het grootste deel van de resterende teksten binnen deze collectie zijn amoureus van aard.

Het handschrift daterend uit de periode 1220 tot 1250 bleek erg beschadigd te zijn. Met behulp van eerdere manuscripten (fragmenten) heeft men getracht het werk te reconstrueren.

Op deze wijze vond ook een reconstructie van de authentieke muziek bij deze teksten plaats.

Van de oorspronkelijke muziek bij deze bundel met Latijnse teksten, hier en daar onderbroken door een couplet in het Duits of het Provençaals, bestaan mooie opnamen. Maar veel bekender is de selectie geworden die Carl Orff (1895-1982) uit deze liederen maakte. De muziek die hij erbij schreef, zinspeelt soms op de oude muziek, maar is toch een nieuwe compositie, in een eigen, niet-middeleeuwse stijl.

Orff was in de ‘volkstoon’ geïnteresseerd, in dialecten, kinderversjes, bakerrijmen. Hij schreef zelf graag teksten in zijn Beierse dialect. Carl Orff componeerde meerdere opera’s waaronder Die Kluge, zijn meest bekende opera naar een sprookje van de gebroeders Grimm.

Orff heeft grote bekendheid verworven met zijn inzet voor schoolmuziek. Hij ontwikkelde o.a. het ‘Orff-Instrumentarium’ en zijn leerboek ‘Orff-Schulwerk’. Dit leerboek werd vooral in Duitsland als een standaard gezien.

Met zijn vertoning van de Carmina Buranateksten (1937) heeft hij de middeleeuwse teksten opnieuw onder de aandacht weten te brengen en bijgedragen aan de populariteit van deze schitterende middeleeuwse verzen.

De Carmina Burana ging op 8 juni 1937 in première na er 2 jaar aan te werken en het succes was direct overweldigend.

Orff was zo overtuigd van zijn nieuw gevonden ‘identiteit als componist’, dat hij aan zijn uitgever schreef: ‘Alles wat ik tot nu toe gecomponeerd heb en dat jij – jammer genoeg – gedrukt hebt, kan nu vernietigd worden. Met de ‘Carmina Burana’ moet mijn oeuvre beginnen. Daadwerkelijk werden zijn sinds 1911 uitgegeven composities geheel vernietigd.

Op deze miniatuur zien we een wiel, het is het rad van fortuin:

Onderaan het wiel ligt een koning in de modder, erbij staat: regnum non habeo (ik heb geen koninkrijk).

Links stijgt hij op met het wiel; erbij staat: regnabo (ik zal regeren).

Bovenaan het wiel zit hij op de troon: regno (ik regeer).

Rechts daalt hij met het wiel af; erbij staat (ik heb geregeerd).

De koning eindigt weer waar hij begon: onderaan.

We beginnen onder aan het wiel: het noodlot wordt beklaagd.

Dan komt de lente, de natuur komt tot bloei en de liefde bloeit ook op; dit mondt uit in de lyrische uitroep ‘ik zou alles geven om bij de koningin van Engeland in de armen te liggen’.

Hiermee zijn we boven aan het wiel beland, in zekere zin is het koningschap bereikt.

Vervolgens dalen we langzaam weer af; de afdaling is een overgave aan de liefde, die uitmondt in de totale overgave: dulcissime, totam tibi subdo me (allerzoetste, ik onderwerp geheel en al aan jou).

Daarmee is de cirkel rond.

Biografie Carl Orff (1895-1982)

Vanaf zijn vijfde jaar studeerde Carl Orff piano, slagwerk, cello en orgel. Op deze jonge leeftijd schreef hij ook zijn eerste compositie. Hij studeerde aan de Staatliche Akademie der Tonkunst in München om daarna als componist vooral te werken aan muziek voor piano en zang. Hiernaast was hij werkzaam als muziekpedagoog; in 1924 stichtte hij met Dorothee Günther de Güntherschule. Hiervoor schiep hij het naar hem genoemde Orff-Schulwerk.

Voor de Olympische Spelen van München (1972) schreef hij Gruß der Jugend. Met Gunild Keetman publiceerde hij vijf bundels muziek uit Musik für Kinder. Kinderen moesten zichzelf door muziek leren kennen. Orffs werk werd later ook in de Heilpedagogiek gebruikt.

Zijn werk De temporum fine comoedia (Het spel van het einde der tijden), voor groot gemengd koor, knapenkoor en orkest, ging op 20 augustus 1973 tijdens de Salzburger Festspiele onder leiding van Herbert von Karajan in première.

In Nederland behoorde de Delftse musicus en muziekpedagoog Pierre van Hauwe tot de grootste promotors van het Orff-Schulwerk. Zijn muziekmethode “Spelen met Muziek” combineert de uitgangspunten van het Orff-Schulwerk met de muziekmethode van de Hongaar Zoltán Kodály.

Orff kreeg zijn laatste rustplaats in de Abdij van Andechs, Beieren.